Smartengeld bij letselschade: hoe wordt de hoogte bepaald?
Wie letsel oploopt door een ongeval, kan niet alleen financiële schade lijden. Een ongeval kan ook pijn veroorzaken, uw dagelijks leven beperken en ervoor zorgen dat u tijdelijk of blijvend dingen niet meer kunt doen die vóór het ongeval vanzelfsprekend waren. Voor deze immateriële gevolgen kan smartengeld worden toegekend.
De hoogte van smartengeld staat niet vooraf vast. Hoewel vaak wordt gezocht naar manieren om smartengeld te berekenen, bestaat er geen formule waarmee een bepaald letsel automatisch aan een bepaald bedrag wordt gekoppeld. De aard en ernst van het letsel spelen een rol, maar ook de duur van het herstel en vooral de gevolgen van het letsel voor uw leven.
Sinds 1 januari 2026 heeft de Nederlandse rechtspraak daarvoor meer houvast gekregen door aanbevelingen voor het gebruik van de Rotterdamse Schaal. Dat maakt de begroting van smartengeld systematischer, maar niet automatisch. Uiteindelijk blijft de individuele situatie bepalend.
Wat is smartengeld?
Bij letselschade wordt onderscheid gemaakt tussen vermogensschade en ander nadeel. Medische kosten, reiskosten, huishoudelijke hulp en verlies van inkomen zijn voorbeelden van schade die in beginsel financieel kan worden berekend.
Pijn laat zich niet op die manier berekenen. Hetzelfde geldt voor verdriet, verlies van levensvreugde of het feit dat u door blijvend letsel uw sport niet meer kunt beoefenen, minder zelfstandig bent geworden of bepaalde activiteiten met uw gezin niet meer kunt ondernemen.
Smartengeld is de vergoeding voor deze immateriële schade.
De wettelijke basis is onder meer te vinden in artikel 6:106 BW. Bij letselschade is lichamelijk letsel een van de gronden waarop een aanspraak op vergoeding van immateriële schade kan bestaan.
Dat betekent echter niet dat ieder ongeval automatisch recht geeft op een vast bedrag. Eerst moet worden beoordeeld of iemand juridisch aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. Daarna komt de vraag aan de orde welke schade door dat ongeval is ontstaan en welk bedrag aan smartengeld daarbij past.
Hoe wordt de hoogte van smartengeld bepaald?
Juist bij die laatste vraag ontstaat vaak verwarring. Wie op internet zoekt naar ‘smartengeld berekenen’, komt al snel tabellen en bedragen tegen. Maar smartengeld wordt niet berekend zoals verlies van inkomen of reiskosten.
Er bestaat dus geen formule als:
soort letsel × percentage blijvende invaliditeit = smartengeld.
De rechter begroot de immateriële schade naar billijkheid. Daarbij worden de omstandigheden van het concrete geval meegewogen. Relevant kunnen onder meer zijn de aard en ernst van het letsel, de intensiteit en duur van de klachten, het verloop van het herstel, blijvende beperkingen, de leeftijd van het slachtoffer en de gevolgen voor werk, gezin, hobby’s, sport en andere onderdelen van het dagelijks leven.
Ook bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend kunnen van betekenis zijn.
Dat laatste is belangrijk. De medische diagnose vormt het vertrekpunt, maar vertelt niet het hele verhaal.
Stel dat twee slachtoffers bij een ongeval allebei knieletsel oplopen. Het eerste slachtoffer herstelt na enkele maanden en kan daarna het dagelijks leven weer volledig hervatten. Het tweede slachtoffer houdt blijvende pijn en bewegingsbeperkingen, kan niet meer sporten en ondervindt ook tijdens het werk en thuis dagelijks hinder.
Alleen het woord ‘knieletsel’ zegt dan weinig over welk smartengeld in beide situaties passend is. De gevolgen van het letsel maken het verschil.
Smartengeld en blijvende invaliditeit
Dat verklaart ook waarom een percentage blijvende invaliditeit niet rechtstreeks kan worden vertaald naar een bedrag aan smartengeld.
Een medisch percentage kan relevante informatie geven over blijvend functieverlies, maar het is geen juridische rekeneenheid voor smartengeld. Een beperking van een bepaald lichaamsdeel kan voor de ene persoon in het dagelijks leven immers andere gevolgen hebben dan voor de andere.
Denk bijvoorbeeld aan iemand voor wie sport een belangrijk onderdeel van het leven was en die door blijvend letsel niet meer kan sporten. Of aan iemand die door een beperking een beroep niet meer op dezelfde manier kan uitoefenen. Bij een ander slachtoffer kan hetzelfde medische functieverlies weer andere consequenties hebben.
Daarom moeten de medische situatie en de concrete gevolgen daarvan steeds in samenhang worden beoordeeld.
Wanneer het letsel blijvend is, worden ook de toekomstige gevolgen belangrijker. Chronische pijn, verlies van mobiliteit, hersenletsel, een amputatie, blijvende littekens of afhankelijkheid van hulp kunnen immers jarenlang of zelfs levenslang doorwerken.
Dat brengt ons bij een ontwikkeling die sinds 2026 een belangrijke rol speelt bij het bepalen van smartengeld: de Rotterdamse Schaal.
Wat is de Rotterdamse Schaal?
De Rotterdamse Schaal is ontwikkeld door onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. De schaal ordent smartengeldbedragen naar de aard en ernst van lichamelijk letsel en andere persoonsaantastingen.
Per categorie worden bandbreedtes gegeven die als aanknopingspunt kunnen dienen voor een passend smartengeldbedrag. De bedragen in de schaal zijn gebaseerd op bedragen uit de Nederlandse rechtspraak en zijn voor de totstandkoming van de schaal geïndexeerd tot 1 juni 2025.
Het doel is niet om van smartengeld een vaste prijslijst te maken. De schaal moet juist meer structuur en consistentie brengen in een beoordeling die voorheen sterk afhankelijk was van vergelijking met afzonderlijke rechterlijke uitspraken.
Sinds 1 januari 2026 hanteert de Rechtspraak bovendien aanbevelingen voor de begroting van smartengeld met behulp van deze schaal.
Dat betekent dat de Rotterdamse Schaal inmiddels een belangrijk hulpmiddel is bij de beoordeling van smartengeld, zowel in de rechtspraak als potentieel bij de buitengerechtelijke afwikkeling van letselschade.
Is de Rotterdamse Schaal bindend?
Nee. Dat onderscheid is belangrijk.
De Rechtspraak vermeldt uitdrukkelijk dat de aanbevelingen de rechter niet binden. De rechter moet nog steeds alle relevante omstandigheden van het individuele geval beoordelen en uiteindelijk tot een billijke vergoeding komen.
Ook de grenzen van een bandbreedte zijn niet absoluut. Als de omstandigheden van een zaak daartoe aanleiding geven, kan daarvan gemotiveerd worden afgeweken.
De Rotterdamse Schaal geeft daarmee meer houvast, maar neemt het individuele karakter van smartengeld niet weg.
Dat zien we inmiddels ook terug in uitspraken uit 2026. Rechters gebruiken de Rotterdamse Schaal om het letsel in een categorie te plaatsen en betrekken vervolgens de omstandigheden van het concrete slachtoffer bij de uiteindelijke vergoeding.
Hoeveel smartengeld kunt u krijgen?
Daarmee komen we terug bij de vraag waarmee veel slachtoffers beginnen: hoeveel smartengeld krijg ik?
Een betrouwbaar antwoord kan meestal niet alleen op basis van de naam van het letsel worden gegeven.
Bij de beoordeling kan bijvoorbeeld verschil maken of sprake is van volledig of onvolledig herstel, hoe lang het herstel duurt, of operaties nodig zijn geweest, of pijn blijft bestaan, of iemand blijvend minder mobiel is en welke gevolgen het letsel heeft voor werk, gezin, zelfstandigheid, hobby’s en sport.
Daarom gebruik ik liever niet de eenvoudige internetbenadering: ‘bij letsel X hoort een bedrag tussen € X en € Y’.
De Rotterdamse Schaal bevat wel degelijk bedragen en bandbreedtes. Die zijn nuttig, maar alleen wanneer eerst wordt vastgesteld binnen welke categorie het concrete letsel valt en welke omstandigheden binnen die categorie relevant zijn. Een bedrag zonder die context kan meer verwarring veroorzaken dan duidelijkheid geven.
Dat wordt goed zichtbaar bij letselsoorten die in ernst sterk uiteen kunnen lopen.
Smartengeld bij whiplash
Whiplash is daarvan een goed voorbeeld.
Nekklachten na een ongeval kunnen relatief kort duren, maar kunnen ook langdurige gevolgen hebben voor werk, huishouden, autorijden, sport en sociaal functioneren. Alleen de aanduiding ‘whiplash’ zegt daarom onvoldoende over de hoogte van het smartengeld.
Bovendien kan bij langdurige whiplashklachten discussie ontstaan over het causaal verband wanneer op beeldvormend onderzoek geen duidelijke anatomische afwijking zichtbaar is. Voor de letselschadezaak is dan niet alleen de diagnose van belang, maar ook de ontwikkeling, plausibiliteit en consistentie van het klachtenbeeld en de gevolgen daarvan.
Juist daarom is het riskant om één algemene bandbreedte voor ‘whiplash’ te presenteren alsof ieder slachtoffer daarin op dezelfde manier kan worden geplaatst.
Meer over dit letsel leest u op de pagina over whiplash en nek- en rugletsel.
Smartengeld bij hersenletsel
Bij hersenletsel zijn de verschillen mogelijk nog groter.
Een hersenschudding waarvan iemand volledig herstelt, is niet vergelijkbaar met ernstig traumatisch hersenletsel waardoor iemand blijvend cognitief beperkt raakt of afhankelijk wordt van anderen.
Bij de beoordeling kunnen onder meer geheugen- en concentratieproblemen, persoonlijkheidsveranderingen, verlies van zelfstandigheid, benodigde zorg, de prognose en het bewustzijn van de eigen beperkingen een rol spelen.
Een algemene regel dat ‘hersenletsel’ recht geeft op een bepaalde bandbreedte doet daarom onvoldoende recht aan die verschillen.
Dezelfde gedachte geldt voor veel andere letselsoorten. Een peesruptuur, knieletsel of botbreuk kan volledig herstellen, maar kan ook blijvende beperkingen veroorzaken. De ernst van de gevolgen bepaalt mede waar een zaak binnen de systematiek van het smartengeld thuishoort.
Smartengeld bij blijvend letsel
Naarmate letsel ernstiger en blijvender is, worden de gevolgen over een langere periode beoordeeld.
Iemand die blijvend afhankelijk wordt van een rolstoel ervaart bijvoorbeeld niet alleen een medische beperking. Die beperking kan doorwerken in wonen, werken, reizen, relaties, sport, vrijetijdsbesteding en zelfstandigheid.
Daarom is ook bij ernstig blijvend letsel de persoonlijke situatie essentieel. Het gaat niet alleen om wat er medisch is beschadigd, maar om wat dat voor het leven van het slachtoffer betekent.
Lees ook: smartengeld bij blijvend letsel.
Maakt het uit waardoor het letsel is ontstaan?
Voor de ernst van pijn of beperkingen maakt het vanzelfsprekend niet uit of het letsel tijdens het werk of in het verkeer is ontstaan. Juridisch kan de oorzaak van het ongeval echter wel van belang zijn voor de aansprakelijkheid.
Bij een verkeersongeval moet bijvoorbeeld worden beoordeeld welke verkeersdeelnemer aansprakelijk is en welke bijzondere verkeersrechtelijke regels eventueel van toepassing zijn. Bij een arbeidsongeval staat juist de werkgeversaansprakelijkheid centraal.
Pas wanneer duidelijk is in hoeverre een ander aansprakelijk is, kan worden bepaald welk deel van de schade moet worden vergoed.
Smartengeld is daarbij slechts één schadepost.
Naast smartengeld kan bijvoorbeeld sprake zijn van verlies van inkomen, medische kosten, reiskosten, huishoudelijke hulp, kosten van verzorging, studievertraging en toekomstige schade.
Wie alleen vraagt ‘hoeveel smartengeld krijg ik?’, kan daardoor een belangrijk deel van de werkelijke letselschade over het hoofd zien. Een overzicht van de verschillende schadeposten vindt u op de pagina over schadevergoeding en smartengeld bij letselschade.
Heeft eigen schuld invloed op het smartengeld?
De aansprakelijkheid kan ook van invloed zijn op het bedrag dat uiteindelijk wordt ontvangen.
Wanneer een deel van de schade juridisch voor rekening van het slachtoffer blijft vanwege eigen schuld, kan dat ook gevolgen hebben voor de vergoeding van het smartengeld. Hoe dat uitpakt, hangt af van de toepasselijke aansprakelijkheidsregels en de omstandigheden van het ongeval.
Het is daarom verstandig om niet eerst geïsoleerd een smartengeldbedrag vast te stellen en pas daarna naar aansprakelijkheid te kijken. De aansprakelijkheid, causaliteit en omvang van de schade vormen onderdelen van dezelfde letselschadezaak.
Welke rol spelen eerdere rechterlijke uitspraken?
Ook met de komst van de Rotterdamse Schaal blijft rechtspraak belangrijk.
Bij de begroting van smartengeld is van oudsher gekeken naar bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen hebben toegekend. Maar ‘vergelijkbaar’ vraagt om meer dan dezelfde diagnose.
Leeftijd, herstelduur, operaties, blijvende beperkingen en gevolgen voor het dagelijks leven kunnen allemaal verschillen.
Daar komt bij dat oudere bedragen door geldontwaarding hun vergelijkingswaarde kunnen verliezen wanneer daarmee geen rekening wordt gehouden.
De Rotterdamse Schaal brengt meer ordening in deze praktijk. In plaats van uitsluitend afzonderlijke uitspraken naast elkaar te leggen, kan het letsel eerst systematisch worden geplaatst binnen een categorie en bandbreedte. Vervolgens blijft ruimte bestaan om de omstandigheden van het individuele slachtoffer mee te wegen.
Dat maakt een goede onderbouwing van die persoonlijke gevolgen des te belangrijker.
Hoe onderbouwt u smartengeld?
Een smartengeldvordering wordt daarom niet goed onderbouwd door alleen een medische diagnose en een bedrag te noemen.
Medische informatie kan inzicht geven in het letsel, de behandeling, beperkingen en prognose. Daarnaast moet duidelijk worden welke invloed het letsel daadwerkelijk op het leven heeft gehad.
Dat kan gaan om gevolgen voor werk of opleiding, maar ook om huishouden, gezin, hobby’s, sport, sociale contacten, mobiliteit, slaap, zelfstandigheid en psychisch welzijn.
Bij langdurig letsel ontwikkelt dat beeld zich bovendien in de tijd. Wat enkele weken na een ongeval nog tijdelijk lijkt, kan maanden later een blijvende beperking blijken. Andersom kunnen ernstige klachten uiteindelijk toch grotendeels herstellen.
Dat is ook de reden waarom de definitieve hoogte van het smartengeld niet altijd kort na een ongeval kan worden vastgesteld.
Kan ik alvast een voorschot op smartengeld krijgen?
Dat betekent niet dat er tijdens een langdurige letselschadezaak nooit iets kan worden betaald.
Wanneer aansprakelijkheid en een deel van de schade voldoende duidelijk zijn, kan onder omstandigheden om een voorschot worden gevraagd. Dat kan ook betrekking hebben op immateriële schade.
Een voorschot is echter iets anders dan een definitieve regeling. Bij een eindregeling moet zorgvuldig worden beoordeeld of voldoende duidelijk is hoe het herstel zich heeft ontwikkeld en welke gevolgen eventueel blijven bestaan.
Dat onderscheid is vooral belangrijk wanneer de medische situatie nog verandert.
Veelgestelde vragen over smartengeld
Is er een vaste smartengeldtabel?
Nee. Er bestaat geen bindende tabel waarin ieder letsel automatisch aan één bedrag wordt gekoppeld. De Rotterdamse Schaal bevat categorieën en bandbreedtes die houvast geven, maar de individuele omstandigheden blijven van belang.
Kan ik mijn smartengeld zelf berekenen?
U kunt zelf informatie verzamelen en vergelijkingen bekijken, maar een betrouwbare beoordeling vraagt meer dan alleen de naam van het letsel. Het verloop van het herstel, blijvende gevolgen, de invloed op uw dagelijks leven en de juridische omstandigheden van de zaak spelen eveneens een rol.
Hoeveel smartengeld krijg ik bij blijvende invaliditeit?
Er bestaat geen vast bedrag per percentage blijvende invaliditeit. Een medisch invaliditeitspercentage kan relevante informatie geven, maar bepaalt niet zelfstandig de hoogte van het smartengeld.
Krijg ik ook smartengeld als ik volledig herstel?
Dat kan. Blijvend letsel is niet in alle letselschadezaken noodzakelijk voor een aanspraak op smartengeld. Ook tijdelijk lichamelijk letsel kan aanleiding geven tot vergoeding van immateriële schade. De ernst, duur en gevolgen daarvan zijn vervolgens relevant voor de hoogte.
Is de Rotterdamse Schaal verplicht?
Nee. De Rechtspraak hanteert sinds 1 januari 2026 aanbevelingen voor de begroting van smartengeld met behulp van de Rotterdamse Schaal, maar die aanbevelingen zijn niet bindend. De rechter blijft de omstandigheden van het individuele geval beoordelen.
Wanneer wordt smartengeld betaald?
Dat verschilt per zaak. Soms kan tijdens de schaderegeling al een voorschot worden betaald. De definitieve hoogte kan vaak beter worden beoordeeld wanneer voldoende duidelijk is hoe het herstel verloopt en welke gevolgen overblijven.
Smartengeld laten beoordelen
Een goede beoordeling van smartengeld begint dus niet bij een bedrag, maar bij uw situatie.
Welk letsel heeft u opgelopen? Hoe is het herstel verlopen? Welke beperkingen heeft u gehad en welke zijn gebleven? Wat kon u vóór het ongeval wel en nu niet meer? En hoe verhoudt uw situatie zich tot de Rotterdamse Schaal en relevante rechtspraak?
Ik ben Michael Meijer Cluwen, letselschadejurist. Ik sta uitsluitend slachtoffers bij en behandel letselschadezaken persoonlijk. Daarbij kijk ik niet alleen naar het smartengeld, maar naar de aansprakelijkheid, de medische en juridische onderbouwing en uw volledige schade.
Wilt u weten hoe uw letselschade kan worden beoordeeld? Dan kunt u contact met mij opnemen.
Michael Meijer Cluwen
Letselschadejurist
Uitsluitend voor slachtoffers
Rechtstreeks contact met uw behandelaar
Bronnen en verder lezen
- Artikel 6:106 BW – vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade (wetten.overheid.nl)
- Rechtspraak – Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld / hanteren Rotterdamse Schaal (geldend vanaf 1 januari 2026)
- Rechtspraak – De Rotterdamse Schaal (pdf)

