Sport en spel: eigen risico? Niet altijd.

aansprakelijkheid bij sport en spel

Wie meedoet aan een obstakelrun, klimcursus of andere sportieve uitdaging, weet dat daar risico’s aan kleven. Toch betekent “sport en spel” juridisch gezien niet automatisch dat letsel voor eigen rekening komt. Recente rechtspraak laat zien dat organisatoren van sportieve activiteiten wel degelijk aansprakelijk kunnen zijn als zij hun zorgplicht schenden.

In deze blog leg ik uit waar die grens ligt — en waarom slachtoffers van sportongevallen hun schade lang niet altijd zelf hoeven te dragen.

Het hardnekkige misverstand: sport = eigen schuld

Veel mensen denken: “Je doet vrijwillig mee, dus als het misgaat is het je eigen risico.”

Dat is juridisch te kort door de bocht. De wet maakt onderscheid tussen:

  • risico’s die inherent zijn aan sport, en
  • gevaarlijke situaties die door een organisator worden gecreëerd of onvoldoende worden beheerst.

Juist bij georganiseerde, commerciële sportactiviteiten geldt een verhoogde verantwoordelijkheid voor veiligheid.

De zorgplicht van de organisator

Een organisator van een sportieve activiteit moet rekening houden met het feit dat deelnemers:

  • risico’s onderschatten,
  • elkaar nadoen,
  • in competitie of groepsdruk handelen,
  • niet altijd de vereiste voorzichtigheid betrachten.

De rechter toetst dit aan de zogeheten kelderluikcriteria. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:

  • de kans op ongevallen,
  • de ernst van mogelijk letsel,
  • de eenvoud waarmee veiligheidsmaatregelen hadden kunnen worden getroffen,
  • de mate waarin onvoorzichtig gedrag te verwachten was.

Recente rechtspraak: obstakelrun en klimhal

In 2025 deden hoven uitspraak in twee spraakmakende zaken.

Bij een hindernisbaan op het water sprong een deelnemer van een obstakel, gleed uit en liep een dwarslaesie op. In eerste aanleg werd geen aansprakelijkheid aangenomen. In hoger beroep oordeelde het hof anders: de organisator had onvoldoende gewaarschuwd, onvoldoende toezicht gehouden en nagelaten eenvoudige veiligheidsmaatregelen te treffen, terwijl bekend was dat springen “volstrekt onverantwoord” was.

Ook bij een klimhal liep een cursiste ernstig letsel op na een val van circa twaalf meter. Zij was beginner, werd gezekerd door een onervaren medecursist en er was geen back-up zekering. Het hof oordeelde dat de klimhal haar zorgplicht had geschonden door:

  • onvoldoende toezicht,
  • het toestaan van een te moeilijke route,
  • het negeren van interne veiligheidsprotocollen.

In beide zaken werd de organisator aansprakelijk gehouden, ondanks het sportieve karakter van de activiteit.

Wat betekent dit voor slachtoffers?

Deze uitspraken maken duidelijk:

  • Deelname aan sport sluit aansprakelijkheid niet uit.
  • “Eigen risico” is geen vrijbrief voor onveilige organisatie.
  • Algemene voorwaarden of exoneraties houden vaak geen stand.
  • Juist bij beginners, cursussen en commerciële events ligt de lat voor veiligheid hoog.

Heb je letsel opgelopen tijdens een sportieve activiteit, dan is het dus essentieel om niet te snel te concluderen dat je nergens recht op hebt.

Wanneer is het wél kansrijk?

Een letselschadeclaim bij sport en spel is met name kansrijk als:

  • het om een georganiseerd of commercieel evenement gaat,
  • instructie, toezicht of waarschuwingen tekortschoten,
  • eenvoudige veiligheidsmaatregelen achterwege zijn gebleven,
  • je als deelnemer mocht vertrouwen op de organisatie.

Tot slot

Sport mag uitdagend zijn, maar niet onnodig gevaarlijk. Waar risico’s vermijdbaar zijn, rust op organisatoren een duidelijke verantwoordelijkheid.

Twijfel je of jouw sportongeval “pech” was of juridisch verwijtbaar?
Laat dat altijd beoordelen door een gespecialiseerde letselschadejurist.

Scroll naar boven