Bewijs bij letselschadezaken – wat moet u weten?

Inleiding
Je bent slachtoffer van een ongeval – een aanrijding, een val op het werk of een medische fout – en je wilt jouw schade vergoed krijgen. Maar hoe bewijst u dat de ander aansprakelijk is? Veel slachtoffers merken al snel: zonder goed bewijs komt een schadevergoeding niet van de grond.
Als letselschadejurist help ik dagelijks mensen die vastlopen in discussies over “bewijs”. In dit artikel leg ik in begrijpelijke taal uit hoe het zit met bewijs bij letselschadezaken, wat de wet hierover zegt, en hoe u uw kansen vergroot op een succesvolle afhandeling.
Wat zegt de wet over bewijs bij letselschade?
In het Nederlandse recht geldt een belangrijke hoofdregel: wie stelt, moet bewijzen. Dat staat in artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Met andere woorden: degene die een schadevergoeding eist, moet aantonen dat er sprake is van:
- Een onrechtmatige daad (bijvoorbeeld een verkeersovertreding of onveilige werksituatie);
- Schade; en
- Een causaal verband tussen die daad en de schade.
Het draait in het bewijsrecht in letselschadezaken om één cruciale vraag: hoe sterk moet het bewijs zijn voordat een rechter het overtuigend genoeg vindt?
Daarbij geldt geen absolute zekerheid – de rechter kijkt of het “voldoende aannemelijk” is dat het ongeval de schade heeft veroorzaakt. Zeker bij whiplash, psychisch letsel of medische fouten is dat onderscheid essentieel.
Wie moet wat bewijzen? (en wanneer draait de bewijslast om?)
Normaal gesproken moet het slachtoffer bewijzen dat de ander aansprakelijk is. Maar in sommige gevallen ligt dat anders.
De bewijslast kan verschuiven als de dader in een betere positie verkeert om het bewijs te leveren. Dit heet een “bewijsvermoeden” of “omkeringsregel”.
Voorbeelden:
- Bij een verkeersongeval tussen auto en fietser (art. 185 WVW) wordt vaak aangenomen dat de automobilist aansprakelijk is, tenzij hij overmacht aantoont.
- Bij een arbeidsongeval moet de werkgever bewijzen dat hij alles gedaan heeft om een ongeval te voorkomen.
